Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.14

Controle van het persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verstrekkingenboek maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldambt

Iedere budgethouder dient de volgende stukken te bewaren:- de nota/factuur van de dienstverlening;- een betalingsbewijs;- of een overzicht van de salarisadministratie met bewijsmiddelen.Steekproefsgewijs zal het college bepalen bij welke budgethouders deze stukken zullen worden opgevraagd om te controleren of het persoonsgebonden budget besteed is aan het doel waarvoor het verstrekt is. Dit telkens na afloop van enig kalenderjaar. De steekproef heeft een minimale omvang van 10% van de verstrekte persoonsgebonden budgetten.Is het budget besteed aan het doel waarvoor het verstrekt is, dan hoeft er verder niets te gebeuren. Is het persoonsgebonden budget anders besteed dan bedoeld, dan kan het college overwegen het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk terug te vorderen. Daarbij zal leidend zijn of er opzet in het spel is geweest, of dat sprake is geweest van onwetendheid. In die laatste situatie kan overlegd worden dat deze situatie in de toekomst vermeden dient te worden. Bij opzet moet afgewogen worden of terugvordering in verhouding staat tot wat er bewust onjuist is gedaan.Een deel van het persoonsgebonden budget voor huishoudelijke verzorging is vrij besteedbaar. Hierover hoeft geen verantwoording afgelegd te worden. Het gaat daarbij om een bedrag van 1,5% van het netto persoonsgebonden budget, met een minimum van € 250,00 en een maximum van € 1250,00 per jaar. Dit bedrag kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor het plaatsen van personeelsadvertenties, voor postzegels, voor telefoonkosten en voor andere kosten die gemaakt moeten worden in het kader van het persoonsgebonden budget.

Rechtspraak bij dit artikel