Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.4

Algemene huishoudelijke verzorging

Onderdeel van Verstrekkingenboek maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldambt

Indien als gevolg van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek of problemen bij het uitvoeren van de mantelzorg het zelf uitvoeren van één of meer huishoudelijke taken onmogelijk is en de algemene huishoudelijke verzorging dit snel en adequaat op kan lossen, men voor deze eerste vorm, algemene huishoudelijke verzorging in aanmerking kan komen.Bij algemene hulp bij het huishouden ligt zodoende het primaat. Daarvoor is het allereerst noodzakelijk dat deze vorm van hulp binnen de gemeente bestaat. Is dat niet zo, dan vervalt automatisch deze vorm van hulp. Is deze vorm van hulp wel aanwezig, dan gaat het, om een snelle en eenvoudige dienstverleningsoplossing zonder veel administratieve rompslomp voor gemeente en aanvrager. Gedacht moet worden aan vormen van direct beschikbare huishoudelijke verzorging vanuit bijvoorbeeld een wijksteunpunt met name voor eenvoudige werkzaamheden, al dan niet op basis van een kortdurende hulpbehoefte. De regels voor algemene voorzieningen zijn de volgende:- Het gaat om een voorziening die in tijd een korte duur heeft;- Het gaat om een voorziening die betrekking heeft op lichte, niet complexe zorg;- Of het gaat om een voorziening ten behoeve van een incidentele zorgbehoefte. Wat betreft het eerste aspect zal beoordeeld moeten worden of het gaat om een kortdurende voorziening. Vervolgens moet vastgesteld worden of het gaat om lichte, niet complexe zorg, zoals bijvoorbeeld tijdelijke huishoudelijke verzorging na een ziekenhuisopname.Tot slot kan nagegaan worden of het gaat om een incidentele zorgbehoefte, eveneens zoals een periode na een ziekenhuisopname. Hierbij is helder dat de hulp noodzakelijk is: dit wordt aangegeven door de behandelend arts van het ziekenhuis. De duur is beperkt, ook de omvang is beperkt. Een uitgebreide aanvraagprocedure zou in die situatie leiden tot een te lange periode dat men op hulp moet wachten. Met de vorm algemene huishoudelijke verzorging kan dit snel en adequaat opgelost worden. Men meldt zich met de verwijsbrief bij het cluster Wmo. Daar wordt gecontroleerd of de verwijzing er is, of die duidelijk aangeeft wat overgenomen moet worden en wordt nagegaan of er geen huisgenoot is die een en ander over kan nemen. Heeft die controle plaatsgevonden en komt men voor deze hulp in aanmerking, dan wordt deze toegekend en direct in gang gezet. Hierbij is geen sprake van een keuze voor een persoonsgebonden budget. Dit is overigens geen beperking ten opzichte van de situatie onder de AWBZ: ook onder de AWBZ werd bij een vraag die naar verwachting niet langer zou duren dan drie maanden, geen mogelijkheid voor een persoonsgebonden budget geboden.Er vindt een eenvoudige toets plaats naar de noodzaak van de hulp, er wordt direct toegekend en gerealiseerd, hetgeen in een brief wordt bevestigd.Mocht men aan het loket aangeven niet met deze vorm van hulp in te kunnen stemmen, dan wordt een normale procedure opgestart met een aanvraagformulier en het gebruikelijke onderzoek. Deze vorm van algemene hulp bij het huishouden wordt dus alleen gerealiseerd indien men het daar mee eens is. De brief is dan alleen maar een bevestiging en geen beschikking waartegen bezwaar en beroep openstaat. Wil men een beschikking, bijvoorbeeld omdat men een persoonsgebonden budget wil, dan wordt die afgegeven. Er moet dus altijd overeenstemming bestaan over deze vorm van hulp.Deze vorm van hulp zal altijd uitsluitend voor een kortdurende periode worden toegekend. Daarbij moet gedacht worden aan situaties die maximaal drie tot zes maanden voortduren. Het hospiceIn Winschoten is gevestigd het hospice “Sint Maartenhuis”. Voorwaarde voor verblijf in het hospice is dat een gast de diagnose terminaal stadium heeft (een levensverwachting van maximaal drie maanden). Middels een “overeenkomst verblijf en verzorging” gaat de gast in het hospice onder meer akkoord met de inzet van professionele zorg door een zorgaanbieder, i.c. stichting Oosterlengte. Hoewel het hier geen thuissituatie betreft, wordt getracht zoveel mogelijk de thuissituatie te benaderen. De gemeente Oldambt maakt een uitzondering op de regel dat een indicatie voor huishoudelijke verzorging slechts mogelijk is indien het een thuissituatie betreft en maakt het mogelijk een indicatie voor huishoudelijke verzorging te stellen bij opname in het hospice.Indicatiestelling wordt gemandateerd aan de zorgaanbieder, op dezelfde wijze als met de transferafdelingen van het ziekenhuis gebeurt. Het indicatieadvies wordt bekrachtigd door een indicatiebesluit van de gemeente. De verplichting tot het afdragen van een eigen bijdrage zoals genoemd in artikel 3 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning komt te vervallen bij opname in het hospice. Indien een situatie ontstaat, bijvoorbeeld bij spoedopname, dat een nieuwe gast bovengenoemde indicatie nog niet heeft, dan is de mogelijkheid voor een spoedindicatie voor het hospice geregeld.Er wordt standaard HV2, klasse 3 geïndiceerd. Reden hiervoor is dat de gast veelal niet meer de regie kan voeren en naasten niet in staat zijn dit over te namen. Daarbij is de administratieve taaklast behorende bij HV1 niet gewenst. Het aantal uren is voldoende om de zorg te kunnen borgen bij een wisselende bezetting in het hospice. De zorguren worden door het hospice apart gedeclareerd bij de gemeente.Bij opname van een gast die ingeschreven staat bij de gemeente Oldambt in een ander hospice dan het hospice te Winschoten geldt eveneens een maximum aan de te declareren zorgkosten bij de gemeente ter hoogte van HV2, klasse 3 per gast gedurende de opname. Hetzelfde geldt voor opname van een gast van buiten de gemeente. Veel gemeenten hebben immers (nog) geen regeling wanneer de situatie opname in een hospice zich voordoet. Ook bij opname van een gast zonder vaste woon- of verblijfplaats in het hospice staat de gemeente garant voor de kosten van de huishoudelijke verzorging confom bovenstaande systematiek.

Rechtspraak bij dit artikel