Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.12

Persoonsgebonden budget bij woonvoorzieningen

Onderdeel van Verstrekkingenboek maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldambt

In artikel 6 van de Wet en in artikel 6, lid 1 onder a van de Verordening is bepaald dat een persoonsgebonden budget alleen wordt verstrekt ten aanzien van individuele voorzieningen. Voor de woonvoorzieningen geldt dat deze individuele voorzieningen worden opgesomd in artikel 15 van de Verordening.Bij woonvoorzieningen, niet zijnde een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten wordt uitgegaan van het bedrag van de door het college goedgekeurde offerte. Daarin kan een aantal kosten teruggevonden worden. Te denken valt bij een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening, aan de kosten van bouw, maar ook aan eventuele kosten voor een architect, kosten van vergunningen en kosten van toezicht. Bij niet bouwkundige of niet woontechnische woonvoorzieningen, zoals toiletstoelen, toiletverhogers, badplanken, tilliften, zal het gaan om een offerte van de vaste leverancier, waarin de korting die het cluster Wmo heeft bij deze leverancier ook wordt meegenomen en inclusief, indien dit van toepassing is, een bedrag voor instandhoudingskosten. Er wordt uitgegaan van een adequaat, doelmatig en sobere voorziening (zoals in de verordening bepaald). Door uit te gaan van de kosten van de goedgekeurde offerte is het mogelijk per offerte andere kosten mee te nemen. Zo zullen toezichtkosten bij een kleine verbouwing geen rol spelen. Het bedrag van het persoonsgebonden budget is gelijk aan 100 % van de kosten voor de adequaat, doelmatig en sobere voorziening. Het college gaat uit van een afschrijvingsduur van zeven jaar voor woonvoorzieningen. Dit betekent dat het persoonsgebonden budget wordt toegekend voor een periode van minimaal zeven jaar.Het bedrag wordt beschikbaar gesteld aan de budgethouder (dus niet aan de woningeigenaar).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel