ZonweringDe Wmo is gericht op de normale (elementaire) woonfuncties zoals slapen, eten en lichaamsreiniging. Het beleid van de Wmo schaart ook het algemeen dagelijks functioneren, en dus ook het verblijven in de woning, onder het begrip ‘elementaire woonfuncties’.Zonneschermen kunnen belangrijk zijn als mensen veel in een bepaalde ruimte verblijven. Zij worden echter niet aangebracht omdat anders mensen niet zelfstandig kunnen functioneren in hun woning. Met andere woorden: een zonnescherm is niet noodzakelijk voor het wegnemen of verminderen van belemmeringen in de dagelijkse woonfuncties. Om die reden behoort een zonnescherm niet tot het Wmo voorzieningenpakket. De Wmo beschouwt zonneschermen als algemeen gebruikelijke voorziening.In de bediening van een zonnescherm kunnen mensen om medische redenen belemmeringen ondervinden (bijv. omdat men de kracht er niet meer voor heeft). Een voorziening als een elektrische zonneweringbediening zou deze belemmering op kunnen heffen. Alhoewel een elektrisch bedienbaar zonnescherm niet algemeen gebruikelijk is, zal een dergelijke voorziening niet onder de Wmo vallen omdat de bediening van een zonnescherm geen activiteit is, zonder welke zelfstandig functioneren onmogelijk is. Het heeft geen betrekking op een elementaire woonfunctie.Speel-/hobby-kamerBij een woonvoorziening gaat het alleen om het opheffen van beperkingen die het normale gebruik van de woning omvatten. Het gaat hierbij om de normale (elementaire) woonfuncties zoals slapen, eten en lichaamsreiniging. Aanpassingen ten behoeve van het gebruik van een hobby-, werk- of recreatieruimte worden dan ook niet verstrekt, evenmin als het treffen van een voorziening uit oppas- of verzorgingsoogpunt.Indien een aanvrager bijvoorbeeld alleen via de hobbyruimte toegang tot de woning kan verkrijgen, kan deze wel daarop aangepast worden, maar dan geldt de aanpassing niet de hobbyruimte, maar de toegangsmogelijkheid.
Stallingsruimte scootmobielDe aanwezigheid van een stalling in of vlakbij de woning is een voorwaarde voor de verstrekking van een scootmobiel of een elektrische rolstoel. De bestaande stalling kan zo nodig in het kader van de Wmo worden aangepast. Deze aanpassingen kunnen zijn: de aanleg van elektriciteit in de hal of berging, nivelleren van het hoogteverschil van de schuurdeur, verbreden van de schuurdeur en het toegangspad naar de berging geschikt maken. Bij huurwoningen zal de gemeente alvorens de voorziening te verstrekken eerst uitsluitsel moeten krijgen van de woningbouwvereniging/eigenaar of deze akkoord gaat met de geadviseerde stalling. Indien de woningbouwvereniging niet akkoord gaat met de geadviseerde stalling, dan kan de gemeente na overleg met betrokkene overgaan tot het aanbieden van een geschikte woning of een gedeeltelijke individueel aanvullende vervoersvoorziening te gebruiken voor eigen auto of taxi.Het realiseren van een garage wordt niet vergoed. Reden hiervan is dat de woning in principe aangepast wordt conform het uitvoeringsniveau van een woning in de sociale huursector. In de sociale woningbouw worden ook geen garages gerealiseerd. Wel is de gemeente bereid de garage aan te passen als een vervoersvoorziening is verstrekt en de garage fungeert als berging en oplaadruimte voor dit hulpmiddel. Daaronder valt geen garage-opener. Deze is algemeen gebruikelijk.
Losse woonunit.Komt verhuizing niet in aanmerking, dan zal beoordeeld moeten worden welke aanpassingen noodzakelijk zijn.Indien een bouwkundige woonvoorziening bestaat uit een aanbouw aan of een aanzienlijke verbouwing van een woning die niet het eigendom is van een verhuurder, die bereid is de aangepaste woning blijvend ter beschikking te stellen van personen die op basis van aantoonbare beperkingen ten gevolge van ziekte of gebrek behoefte hebben aan een dergelijke woning, zal het college een herplaatsbare losse woonunit verstrekken indien daartegen geen bezwaren van overwegende aard bestaan.
Hiermee kan voorkomen worden dat grote bedragen over een gering aantal jaren afgeschreven moeten worden: na aanpassing van een eigen woning is de kans op hergebruik immers gering.
Hierbij moet uiteraard de mogelijkheid tot het plaatsen van een losse unit bestaan, bijvoorbeeld doordat er voldoende ruimte is. Daarbij zal het meestal zo zijn dat als er voldoende ruimte is voor het plaatsen van een losse unit als er ook ruimte is voor het plaatsen van een aanbouw. Ook op dit punt geldt dat de wens van betrokkene een aanbouw te realiseren niet doorslaggevend is: een aanbouw is niet herbruikbaar, een losse unit wel.
Het program van eisen zoals dat geldt voor een aanbouw kan gebruikt worden voor een losse woonunit. Het is daarbij van belang in de beschikking vast te leggen dat - als de unit niet meer nodig is - dit aan de gemeente gemeld dient te worden. De gemeente kan er dan zorg voor dragen dat de unit verwijderd wordt en de woning in de oude staat wordt teruggebracht. Deze kosten maken onderdeel uit van de verstrekking van een losse woonunit.Is een losse unit niet mogelijk, of is de aanpassing niet zodanig dat deze afweging gemaakt moet worden, dan kan de stap naar de al dan niet bouwkundige aanpassing worden gemaakt.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3.4
Speciale gevallen
Onderdeel van Verstrekkingenboek maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldambt