Artikel 2, lid 1 onder c van de Verordening bepaalt dat mensen alleen in aanmerking kunnen komen voor een voorziening, als deze voor de aanvrager als individu bedoeld is.
Een uitzondering hierop kan ingevolge artikel 20 onder c van de Verordening gemaakt worden, als belemmeringen in de gemeenschappelijke ruimten van het woongebouw van belanghebbende, de toegang tot de eigen woning van de aanvrager verhinderen of bijna niet mogelijk maken. In dat geval kunnen er aanpassingen aan de gemeenschappelijke ruimte plaatsvinden in de vorm van het verbreden van de toegangsdeuren, het aanbrengen van elektrische deuropeners, aanleg van een hellingbaan van de openbare weg naar de toegang van het gebouw (mits de woningen in het woongebouw te bereiken zijn met een rolstoel), drempelhulpen of vlonders, het aanbrengen van een extra trapleuning bij een portiekwoning, een opstelplaats voor een rolstoel bij de toegangsdeur van het woongebouw. Deze worden beschouwd als onroerende woonvoorzieningen.
Afhankelijk van de situatie zal het cluster Wmo bekijken welke aanpassingen aan welke ruimte noodzakelijk zijn om de eigen woning weer toegankelijk te maken. Hierbij dient altijd met het primaat van verhuizen rekening gehouden te worden.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4.3
Gemeenschappelijke ruimten
Onderdeel van Verstrekkingenboek maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldambt