Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.6

Huurderving

Onderdeel van Verstrekkingenboek maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldambt

De gemeente acht het redelijk om aan een verhuurder van een rolstoel toe- en doorgankelijke woning of een woning die voor veel kosten is aangepast, een financiële tegemoetkoming te verlenen indien ten gevolge van huurbeëindiging sprake is van derving van huurinkomsten. De aanpassingen aan deze woning dienen wel met financiële steun vanuit de Wmo, Wvg of de RGSH gerealiseerd te zijn. Zowel gemeenten als verhuurders hebben er belang bij dat reeds aangepaste woningen weer opnieuw aan gehandicapten worden toegewezen. Het vinden van een geschikte kandidaat, die baat heeft bij de (aangepaste) woonruimte, zal veelal enige tijd in beslag nemen. Om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in de kosten van huurderving, moet de woningeigenaar/verhuurder schriftelijk een verzoek indienen bij de gemeente. Aan de eigenaar van de woonruimte kan een financiële tegemoetkoming worden verleend voor een periode van maximaal zes maanden, te rekenen vanaf de tweede maand van de leegstand. Voor de berekening wordt uitgegaan van de kale huur. De hoogte van de huurderving is nooit hoger dan de maximumhuur waarvoor individuele huursubsidie wordt verleend.

Rechtspraak bij dit artikel