Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.8

Procedure bij bouwkundige aanpassing

Onderdeel van Verstrekkingenboek maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldambt

Procedure aanvraag woningaanpassing1 Vaststellen programma van eisenNadat de aanvraag is ingediend wordt een indicatie gesteld, waarbij een gemeentelijke functionaris met ergonomische, sociale en bouwtechnische deskundigheid of een externe adviseur een programma van eisen voor de goedkoopst adequate woningaanpassing opstelt. De woningeigenaar vraagt op basis van dat programma van eisen verschillende offertes bij aannemers op. 2 Het college beoordeelt welke offerte een adequaat, doelmatig en sobere oplossing biedtDe gemeente beoordeelt welke bouwofferte in aanmerking komt voor het verlenen van een financiële tegemoetkoming of als basis geldt voor het vaststellen van het PGB. 3 Het college geeft toestemmingHet college geeft vervolgens toestemming voor de woningaanpassing, op voorwaarde dat niet reeds zonder toestemming een begin is gemaakt met de werkzaamheden waarop de financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget betrekking heeft. 4 De eigenaar voert uitDe woningeigenaar is verantwoordelijk voor de uitvoering van de woningaanpassing conform het programma van eisen. 5 Het college controleert Het college verleent slechts een persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming voor een woningaanpassing indien de door hen aangewezen personen toegang is verstrekt tot de woonruimte waar de woningaanpassing wordt verricht. Controle vindt in beide gevallen achteraf plaats.De genoemde personen moeten ook inzicht krijgen in bescheiden en tekeningen, welke betrekking hebben op de woningaanpassing en de gelegenheid krijgen de woningaanpassing te controleren.6 Uitbetaling aan de woningeigenaar en gereedmeldingDe financiële tegemoetkoming wordt uitbetaald aan de woningeigenaar.Terstond na de voltooiing van de werkzaamheden, dient diegene aan wie de financiële tegemoetkoming wordt uitbetaald (de woningeigenaar) de betreffende factuur in bij het college.Diegene aan wie het persoonsgebonden budget of de financiële tegemoetkoming wordt uitbetaald, dient gedurende een periode van 5 jaar alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden ter controle beschikbaar te houden.

Rechtspraak bij dit artikel