De gemeente Oldambt biedt in het kader van de Wmo een collectief vervoerssysteem aan waardoor aan een bepaalde groep gehandicapten een alternatief wordt geboden om zich te verplaatsen. Dit betekent dat, wanneer een cliënt -niet alleen of geen- gebruik kan maken van het regulier openbaar vervoer -de (stads)bus- we in eerste instantie bekijken in hoeverre het gebruik van het collectief vervoer een oplossing biedt. De uitdrukking ‘het openbaar vervoer niet kunnen bereiken of geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer’ wordt door de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep geoperationaliseerd middels het loopafstands-criterium “maximale loopafstand 800 meter”. Kan men geen 800 meter zelfstandig, al dan niet met hulpmiddelen en in een redelijk tempo, afleggen dan wordt men verondersteld het openbaar vervoer niet te kunnen bereiken. Kan men dat wel, maar is het onmogelijk in het openbaar vervoer te komen, dan ook komt men voor vervoersvoorzieningen in aanmerking.Er ligt overigens geen letterlijke relatie met het openbaar vervoer. Het opheffen van een buslijn, waardoor een halte op grote(re) afstand komt te liggen, is geen aanleiding een vervoersvoorziening te verstrekken. Indien nog gefietst kan worden over grotere afstanden kan hier ook rekening mee worden gehouden.Komt men op grond van deze criteria voor een vervoersvoorziening in aanmerking, dan zijn er twee terreinen waarop vervoer mogelijk is. Het eerste terrein is het vervoer op de korte afstand, in de woonomgeving, het “loop” en “fietsvervoer”. Het tweede terrein is op wat langere afstand, de afstand waarvoor niet-gehandicapten het openbaar vervoer zouden kunnen nemen. Als op beide terreinen problemen bestaan moet op beide terreinen bekeken worden welke oplossingen noodzakelijk zijn. Alleen bij personen met een zeer beperkte loopafstand (dat is een loopafstand tot maximaal 100 meter) moet ingevolge de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep op beide terreinen een oplossing worden geboden. Dit wil niet zeggen dat dit niet hoeft bij mensen met een grotere loopafstand, maar tot 100 meter is het dwingend voorgeschreven!Wie problemen heeft op de afstanden gelijklopend met het openbaar vervoer komt op basis van artikel 21 van de Verordening in aanmerking voor collectief vervoer indien dit medisch gezien adequaat is. Dat zal het in zeer veel gevallen zijn: uit de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep blijkt dat alleen bij onbeheersbare incontinentie (hetgeen zelden voorkomt) of bij ernstige gedragsproblemen of in andere uitzonderlijke situaties collectief vervoer niet adequaat geacht moet worden. In bijna alle andere situaties is collectief vervoer de eerste voorziening die in aanmerking komt voor verstrekking.De Tweede Kamer heeft op 29 maart 2006 tijdens een Algemeen Overleg over het bovenregionaal vervoer Valys uitgesproken dat bij aanwezigheid van collectief vervoer geen persoonsgebonden budget hoeft te worden verstrekt aangezien het niet de bedoeling is het collectief vervoer in gevaar te brengen.
De kosten voor de gebruiker zijn gerelateerd aan de kosten van het overige openbaar vervoer. Op grond van het medisch advies kan de gemeente beoordelen in hoeverre de gehandicapte niet langer van het openbaar vervoer gebruik kan maken. Daarbij speelt onder andere een rol de afstand die de cliënt nog (met hulpmiddelen) kan lopen, hoe lang hij kan staan, en of deze nog de hoge op en afstap in een bus kan maken.TaxiPlus kan voor een bepaalde of onbepaalde tijd worden verstrekt.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.3.2.1
Primaat collectief vervoer
Onderdeel van Verstrekkingenboek maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldambt