**1.** Tenzij in de verordening anders is bepaald, gaat de verlaging in
a. met ingang van datum ingang uitkering, indien de gedraging heeft plaatsgevonden voor of op de datum van ingang van de uitkering;
b. met ingang van de datum van opschorting van het recht op uitkering, indien tot opschorting van het recht op uitkering op grond van artikel 54 van de wet is besloten;
c. in andere gevallen met ingang van de eerst volgende kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot verlaging aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende bijstandsnorm.
**2.** In afwijking van het eerste lid kan de verlaging met terugwerkende kracht worden toegepast, voor zover de bijstand of de langdurigheidstoeslag nog niet is uitbetaald.
**3.** Daar waar mogelijk is de periode van verlaging van de bijstand gekoppeld aan de periode gedurende welke de belanghebbende de aan hem opgelegde verplichtingen, verwijtbaar niet nakomt. De duur van de verlaging bedraagt echter minimaal de termijnen die in de hoofdstukken 2 tot en met 4 vermeld staan.
**4.** Indien de belanghebbende, binnen 1 jaar nadat de verwijtbare gedraging zich heeft voorgedaan, wederom zijn verplichtingen verwijtbaar niet nakomt, worden de minimale termijnen waarnaar in lid 3 wordt gerefereerd en welke in de hoofdstukken 2 tot en met 4 vermeld staan verdubbeld.
Hoofdstuk 1
Artikel 6
Ingangsdatum, tijdvak en recidive
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand