De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
onvolledige opgave is verleend;
blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften, bedoeld in
artikel 11, niet naleeft;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
zwaarder dient te wegen dan de belangen van de
vergunninghouder.
HOOFDSTUK 2. › Paragraaf 2.
Artikel 12.
Intrekken van een vergunning
Onderdeel van MONUMENTEN- EN ARCHEOLOGIEVERORDENING 2011