**1..** Binnen drie maanden na het einde van de werkzaamheden zendt de
aanvrager kopieën van de rekeningen van de gesubsidieerde kosten
aan het college.
**2..** De in lid 1 genoemde rekeningen dienen eenduidig herleid te
kunnen worden naar de begroting, op basis waarvan de subsidie is
verleend.
**3..** Het college stelt uiterlijk zes weken na ontvangst van de in het
eerste lid genoemde bescheiden de subsidie vast naar aanleiding
van de in het eerste lid genoemde rekeningen.
**4..** Indien de werkelijk gemaakte kosten blijkens de in het eerste
lid genoemde bescheiden lager blijken te zijn dan de in de bij
de subsidieaanvraag behorende begroting zal de subsidie naar
rato verlaagd worden.
**5..** Indien de werkelijk gemaakte kosten blijkens de in het eerste
lid genoemde bescheiden hoger blijken te zijn dan de in de bij
de subsidieaanvraag behorende begroting zal de subsidie niet
verhoogd worden.
**6..** Uitbetaling van de subsidie vindt uiterlijk zes weken na
vaststelling van de subsidie plaats.
HOOFDSTUK 4. › Paragraaf 1.
Artikel 20.
Subsidievaststelling
Onderdeel van MONUMENTEN- EN ARCHEOLOGIEVERORDENING 2011