Het college kan een subsidie verlenen voor:
het opstellen van op basis van hst. 5 van de regeling
omgevingsrecht of op basis van artikel 2.1 lid 1 onder f van
de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht verplicht gestelde
cultuurhistorische analyses voor niet-monumentale panden
binnen de op grond van de Monumentenwet 1988 aangewezen
beschermde stads- en dorpsgezichten.
beleidsondersteunende activiteiten die naar het oordeel van
het college het draagvlak voor het monumenten- en
archeologiebeleid verbreden of in voldoende mate bijdragen
aan de doelstelling van het gemeentelijk archeologie- en
monumentenbeleid.
HOOFDSTUK 4. › Paragraaf 4.
Artikel 30.
Voor subsidie in aanmerking komende overige activiteiten
Onderdeel van MONUMENTEN- EN ARCHEOLOGIEVERORDENING 2011