**1..** Aan de medewerker die op grond van artikel 15:1:10 sub c CAR/UWO zich buiten de voor zijn betrekking vastgestelde werktijden in opdracht van het bestuursorgaan periodiek bereikbaar en beschikbaar moet houden teneinde bij oproep arbeid te verrichten, wordt een toelage piketdienst toegekend zoals bedoeld in artikel 3:3:1 van de CAR/UWO.
**2..** Dit artikel is niet van toepassing voor
medewerkers die zijn ingeschaald in de functionele salarisschaal 11 en
hoger beroeps- en vrijwillige brandweerpersoneel.
**3..** Geen vergoeding wordt toegekend, als uitdrukkelijk is bepaald, dat bij de vaststelling van de bezoldiging met de in lid 1 bedoelde verplichting is rekening gehouden.
**4..** De toelage bedraagt 10% van het salaris per uur voor elk uur, waarin de medewerker zich ter beschikking moet houden, voor zover deze uren vallen op andere dagen dan die genoemd in het vierde lid van dit artikel.
**5..** De toelage bedraagt 16% van het salaris per uur voor elk uur, waarin de medewerker zich ter beschikking moet houden, voor zover deze uren vallen op zondag, nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de dag waarop de verjaardag van de koningin wordt gevierd en de aangewezen lokale feestdagen.
**6..** Voor de berekening van de toelage wordt uitgegaan van het maximumsalaris van schaal 3, zoals opgenomen in Bijlage IIa van de CAR.
**7..** De toelage wordt in een gemiddeld, op basis van de vorige leden berekend, vast bedrag per maand uitbetaald.
**8..** Als het vastgestelde rooster voor piketdienst tussentijds een wijziging ondergaat, wordt de uit te betalen toelage gedurende het kalenderjaar slechts gewijzigd als het gemiddelde maandelijkse vergoedingsbedrag voor het verrichten van piketdienst een wijziging ondergaat van meer dan 15%.
**9..** In geval van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte wordt de toelage vastgesteld op het bedrag dat hem zou zijn toegekend indien hij niet ziek was geworden.
**10..** Als vaststelling van dit bedrag op deze wijze niet mogelijk is, dan wordt dit bedrag vastgesteld op het gemiddelde van het bedrag dat de medewerker per maand is toegekend over de twaalf maanden voorafgaand aan de maand waarin de medewerker ziek is geworden.