Lid 1
Het college benoemt een `Klachtencommissie ongewenste omgangsvormen´. Deze commissie bestaat uit ten minste drie leden, waaronder de voorzitter. Onder de commissieleden bevindt zich zowel een man als een vrouw. Voor ieder van de leden wordt een plaatsvervanger benoemd.
Lid 2
De commissie dient deskundigheid te bevatten met betrekking tot de problematiek van seksuele intimidatie, agressie en geweld en juridische vraagstukken.
Lid 3
De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar en kunnen éénmaal worden herbenoemd.
Lid 4
De commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris die door het college wordt benoemd. De secretaris is geen lid van de commissie. De stukken die door de commissie worden verzonden worden ondertekend door de voorzitter en door de secretaris.
Lid 5
De commissie beslist met meerderheid van stemmen.
Lid 6
Op verzoek van de klager, van de aangeklaagde of op eigen verzoek, dient een lid van de klachtencommissie of de secretaris te worden vervangen indien deze met een van beide personen een binding heeft of direct of indirect betrokken is of is geweest bij de ongewenste omgangsvorm waarover de klacht is ingediend.
Hoofdstuk
Artikel 5
Klachtencommissie
Onderdeel van Klachtenregeling ongewenste omgangsvormen binnen de gemeentelijke organisatie