Lid 1
Het meldpunt bevestigt de ontvangst van een melding van een vermoeden van
een misstand aan de ambtenaar die het vermoeden heeft gemeld.
Lid 2
Indien het meldpunt dit voor de uitoefening van zijn taak noodzakelijk
acht, stelt het een onderzoek in.
Lid 3
Ten behoeve van het onderzoek omtrent een melding van een vermoeden van
een misstand is het meldpunt bevoegd bij het college alle inlichtingen
in te winnen die het voor de vorming van zijn advies nodig acht. Het college
verschaft het meldpunt de gevraagde inlichtingen
Lid 4
Het meldpunt kan het onderzoek of gedeelten daarvan opdragen aan één van
de leden of een deskundige.
Lid 5
Wanneer de inhoud van bepaalde door het college verstrekte informatie vanwege
het vertrouwelijke karakter uitsluitend ter kennisneming van het meldpunt
dient te blijven, wordt dit aan het meldpunt meegedeeld. Het meldpunt
beveiligt informatie met een vertrouwelijk karakter tegen kennisneming
van onbevoegden.