Voor de toepassing van artikel 3:2 van de CAR worden de uren, die voor het volgen van het onderwijs als bedoeld in artikel 2, lid 2, zijn bestemd, gerekend te behoren tot de voor de betrekking van de leerling-ambtenaar vastgestelde werktijden, met dien verstande dat extra uren besteed aan het onderwijs niet worden meegerekend bij de vaststelling van de overwerkvergoeding.