Indien bij de toetsing blijkt dat de in artikel 4 of 5 genoemde criteria aan de orde zijn dan wordt de ambtenaar geacht met zijn chef te overleggen over:
Eventuele veranderingen in de nevenwerkzaamheden zodat botsing met de punten uit voornoemde artikelen zich niet meer voordoet
Het beëindigen van de nevenwerkzaamheden