Lid 1
De beoordeling wordt minstens één maal per jaar uitgevoerd.
Lid 2
Er vindt altijd een beoordeling plaats, voordat ten aanzien van de ambtenaar een beslissing met rechtspositionele consequenties genomen wordt.
Lid 3
De ambtenaar kan, onder opgaaf van redenen, te allen tijde zelf om een beoordeling verzoeken.
Lid 4
Indien bijzondere omstandigheden dit wenselijk maken, kan de naasthogere leidinggevende de beoordelingsfrequentie wijzigen.
Lid 5
De naasthogere leidinggevende bepaalt, na overleg met de beoordelaar de datum en het tijdstip waarop het beoordelingsgesprek zal plaatsvinden.
Lid 6
Het in onder 5 genoemde tijdstip wordt ten minste twee weken van tevoren ter kennis gebracht van de te beoordelen ambtenaar.
Lid 7
De te beoordelen ambtenaar en de beoordelaar bepalen in overleg of de beoordelingsadviseur aanwezig zal zijn bij het beoordelingsgesprek. Dit is mogelijk tot de onder 5.1. genoemde datum.