Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Beoordelingsfrequentie

Onderdeel van Personeelsbeoordeling 2006, regeling

Lid 1 De beoordeling wordt minstens één maal per jaar uitgevoerd. Lid 2 Er vindt altijd een beoordeling plaats, voordat ten aanzien van de ambtenaar een beslissing met rechtspositionele consequenties genomen wordt. Lid 3 De ambtenaar kan, onder opgaaf van redenen, te allen tijde zelf om een beoordeling verzoeken. Lid 4 Indien bijzondere omstandigheden dit wenselijk maken, kan de naasthogere leidinggevende de beoordelingsfrequentie wijzigen. Lid 5 De naasthogere leidinggevende bepaalt, na overleg met de beoordelaar de datum en het tijdstip waarop het beoordelingsgesprek zal plaatsvinden. Lid 6 Het in onder 5 genoemde tijdstip wordt ten minste twee weken van tevoren ter kennis gebracht van de te beoordelen ambtenaar. Lid 7 De te beoordelen ambtenaar en de beoordelaar bepalen in overleg of de beoordelingsadviseur aanwezig zal zijn bij het beoordelingsgesprek. Dit is mogelijk tot de onder 5.1. genoemde datum.

Rechtspraak bij dit artikel