Lid 1
Indien de ambtenaar het niet eens is met het concept-inpassingsvoorstel kan hij zijn bedenkingen binnen 2 weken, na de datum van schriftelijke bekendmaking daarvan, gemotiveerd kenbaar maken bij het college.
Lid 2
Indien de ambtenaar wenst om mondeling gehoord te worden door de toetsingscommissie over zijn bedenkingen, dient hij dit in zijn bedenkingen aan te geven.
Lid 3
Het college maakt de ingekomen bedenkingen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 1 week na ontvangst van de bedenkingen, kenbaar aan de toetsingscommissie.
Lid 4
De ambtenaar die heeft verzocht om mondeling te worden gehoord door de toetsingscommissie zal binnen 4 weken na het indienen van zijn bedenkingen worden gehoord door de toetsingscommissie.
Lid 5
De toetsingscommissie vraagt binnen 2 weken na ontvangst van de bedenkingen een schriftelijke zienswijze van de desbetreffende leidinggevende en nodigt de leidinggevende uit tot het geven van zijn zienswijze met betrekking tot de bedenkingen.
Lid 6
De toetsingscommissie heeft de mogelijkheid om ook medewerkers die niet zelf hebben verzocht om gehoord te worden door de toetsingscommissie, uit te nodigen om een mondelinge toelichting te geven met betrekking tot hun bedenkingen.
Lid 7
De toetsingscommissie brengt binnen 6 weken na indiening van de bedenkingen schriftelijk advies uit aan het college, met inachtneming van de eventuele bedenkingen, over het inpassingsvoorstel.
Lid 8
De secretaris van de toetsingscommissie maakt een verslag op van de hoorzitting en de beraadslagingen van de toetsingscommissie.
Hoofdstuk
Artikel 2.5
Bedenkingen tegen inpassingsvoorstel
Onderdeel van Procedureregeling functiebeschrijven, functiewaarderen en inpassing