Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Deelname

Onderdeel van Spaarloonregeling

Lid 1 Deelname aan de spaarloonregeling staat open voor alle werknemers die op 1 januari van het jaar tot de Werkgever in dienst staan of geacht worden in dienst te staan door middel van een dienstverband. Voorwaarde is dat de Werkgever voor de werknemer vanaf 1 januari van het jaar van deelname de algemene heffingskorting toepast. Lid 2 Deelname is niet toegestaan indien de deelname uitsluitend is opengesteld voor een werknemer die enig werknemer is (of samen met zijn Partner enig werknemer is) van de vennootschap, waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld en waarin hij, al dan niet tezamen met zijn Partner en zijn bloed- of aanverwanten in de rechte lijn, direct of indirect, voor ten minste 1/3e gedeelte van het geplaatste kapitaal aandeelhouder is. Lid 3 Deelnemer wordt men door het invullen en ondertekenen van een deelnameformulier, hetwelk daarna ten kantore van de Werkgever moet worden ingeleverd. Lid 4 Toetreding tot de spaarloonregeling kan plaatsvinden een maand na aanmelding. Lid 5 De deelname eindigt Bij beëindiging van het dienstverband tussen de Werkgever en de Deelnemer Bij schriftelijke opzegging door de Deelnemer Bij faillissement van de Deelnemer Bij het van toepassing verklaren op de Deelnemer van een wettelijke schuldsaneringsregeling Bij beslaglegging ten laste van de Deelnemer Bij uitsluiting door de Directie wegens cessie of bezwaring als genoemd in artikel 17 Indien ingevolge het bepaalde in artikel 3, lid 1, tweede volzin, deelname niet langer is toegestaan

Rechtspraak bij dit artikel