Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 9

Bestedingsdoeleinden

Onderdeel van Spaarloonregeling

Lid 1 De in artikel 8, lid 1, onder c bedoelde overeenkomst van levensverzekering moet Voldoen aan artikel 1. eerste lid, letter b van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 en zijn aangegaan meteen levensverzekeraar als bedoeld in letter g van dat lid Door de Deelnemer of zijn Partner uiterlijk op 1 januari volgend op het jaar waarin de eerste premie voor de overeenkomst is voldaan, zijn gesloten op zijn eigen leven dan wel op dat van zijn Partner of kinderen waarvoor De Deelnemer of zijn Partner op 1 januari van het jaar waarin de premie is voldaan, recht had op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet of die zelf recht hadden op studiefinanciering, ingevolge hoofdstuk II van de Wet op de studiefinanciering Voorzover het tijdstip van de uitkering niet wordt bepaald door het overlijden van de verzekerde, voorzien in een looptijd van ten minste vier jaren Lid 2 Voor de toepassing van artikel 8 worden mede aangemerkt, als ingevolge een overeenkomst van levensverzekering verschuldigde premie, regelmatige inleggingen bij een instelling als bedoeld in artikel 15, tweede lid van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen, waartoe de Deelnemer of zijn Partner, zich ingevolge een overeenkomst tot sparen met levensverzekering heeft verplicht. Lid 3 Rechtstreekse betalingen van premies voor levensverzekeringen als bedoeld in artikel 8, lid 1, letter b en c, en het eerste lid van dit artikel, en van inleggingen voor een spaarovereenkomst door de Deelnemer als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, worden geacht eerst te zijn gestort op de Spaarloonrekening en vervolgens te zijn voldaan ten laste van die rekening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel