Naar hoofdinhoud
1.. Aan de ambtenaar wordt op zijn verzoek een onbelaste aanvullende vergoeding voor de reiskosten woon-werkverkeer verschaft op basis van de Aanvullende regeling Individueel Keuzebudget (IKB). 2.. De aanvullende vergoeding wordt gefinancierd uit het IKB. 3.. De vergoeding wordt verstrekt ongeacht de wijze van vervoer. 4.. De aanvullende vergoeding voor reiskosten woon-werkverkeer bedraagt maximaal de persoonlijke fiscale ruimte van de medewerker voor het betreffende jaar verminderd met de eventuele vergoeding woon-werkverkeer die de medewerker in het betreffende jaar heeft ontvangen. 5.. Als peildatum voor de bepaling van de fiscale ruimte geldt 31 december van het kalenderjaar waarop de keuze van de medewerker betrekking heeft. 6.. De uitruil van reiskosten woon-werkverkeer samen met de uitruil IKB mag niet meer bedragen dan 30% van de pensioengrondslag. 7.. De verlaging van het bruto maandsalaris van december kan niet leiden tot een salaris dat lager is dan in de Wet Minimumloon is bepaald. 8.. De ambtenaar die wil en kan deelnemen aan de fiscale uitruil reiskosten woon-werkverkeer levert het ingevulde en ondertekende Aanvulling op de arbeidsovereenkomst fiscale uitruil reiskosten woon-werkverkeer in bij de salarisadministratie.

Rechtspraak bij dit artikel