De bepalingen in deze verordening zijn van toepassing op personen van 21 tot 65 jaar met een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand en personen van 21 tot 27 jaar met een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren.
In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening alleen indien de gehuwden beiden 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar zijn.
De noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen worden gedeeld met een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft indien die ander geen gezamenlijke huishouding voert met de belanghebbende en een inkomen heeft dat gelijk is aan of hoger is dan het in artikel 33, tweede lid, van de Wet werk en bijstand genoemde normbedrag voor levensonderhoud als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000, vermeerderd met 10% van de gehuwdennorm.
Nummer: B11-13083