**1..** Voor medewerkers die vanaf 1 juli 2006 op of na de
spilleeftijd gebruikmaken van hun recht op FPU Gemeenten
wordt de uitkering afgetopt op 100% van het totaalinkomen.
Voor de definitie van totaalinkomen wordt verwezen naar
artikel 5a:4b eerste lid. Als de Aanvulling werkgever niet
of niet volledig tot uitkering komt wordt dat gedeelte van
de Aanvulling werkgever doorgeschoven naar het ouderdoms- en
nabestaandenpensioen vanaf 65 jaar.
**2..** Voor werknemers die vanaf 1 juli 2006 vóór de spilleeftijd
gebruikmaken van hun recht op FPU Gemeenten wordt de
uitkering afgetopt op 90% van het totaalinkomen. Voor de
definitie van totaalinkomen wordt verwezen naar artikel
5a:4b, eerste lid.
de in het tweede lid genoemde spilleeftijd is voor
de ambtenaar geboren:
vóór of op 1 april 1947: 61 jaar en twee
maanden;
na 1 april 1947: 62 jaar en drie maanden;
voor zover dit leidt tot een vroegere spilleeftijd
dan genoemd onder a, is de in het tweede lid
genoemde spilleeftijd voor de ambtenaar die onder de
FPU maatregel 42, 43, 44 FPU-jaren valt, het moment
waarop hij het aantal dienstjaren van 42 jaar en
twee maanden, respectievelijk 43 jaar en twee
maanden, respectievelijk 44 jaar en twee maanden
bereikt.