**1..** Is aan de ambtenaar om redenen van dienstbelang in enig
kalenderjaar de vakantie niet of niet geheel verleend, dan wordt
hem die nog niet genoten vakantie zoveel mogelijk in het
eerstvolgende, doch uiterlijk voor het einde van het tweede
volgende kalenderjaar verleend.
**2..** Indien het belang van de dienst het onvermijdelijk maakt, dat de
vakantie of het aaneengesloten gedeelte daanan wordt genoten
buiten het in artikel 6:2:2, tweede lid, genoemde tijdvak, kan
door het college de duur van de vakantie of het aaneengesloten
deel daarvan met 1/3 worden verlengd.