Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 14

GARANTIE-UITKERING

Onderdeel van Salarisverordening personeel muziekonderwijs 2002

1.. Recht op een garantie-uitkering heeft de ambtenaar die: gedeeltelijk werkloos is als gevolg van een ontslag op grond van artikel 8:4 van de CAR: in de 39 weken onmiddellijk voorafgaand aan het ontslag in ten minste 26 weken als werknemer als bedoeld in artikel 3 van de Werkloosheidswet werkzaam is geweest: aantoont dat hij in de periode van vijf kalenderjaren onmiddellijk voorafgaand aan het jaar waarin zijn eerste werkloosheidsdag is gelegen, in ten minste vier kalenderjaren over 52 of meer dagen per jaar loon heeft ontvangen, en niet in aanmerking komt voor een uitkering krachtens de Werkloosheidswet omdat het arbeidsurenverlies minder dan vijf uur of minder dan de helft van de aanstelling bedraagt. 2.. De duur van de garantie-uitkering is afhankelijk van de lengte van het dienstverband bij de instelling. Bij een dienstverband van: ten minste één jaar is de duur van de uitkering 6 maanden; ten minste twee jaar is de duur van de uitkering 12 maanden; ten minste drie jaar is de duur van de uitkering 18 maanden; ten minste vier jaar is de duur van de uitkering 24 maanden. 3.. De garantie-uitkering bedraagt: gedurende de eerste twaalf maanden 70% van het uurloon op de dag voorafgaand aan het ontslag, vermenigvuldigd met het aantal verloren arbeidsuren, en vervolgens 70% van het minimumuurloon, vermenigvuldigd met het aantal verloren arbeidsuren. 4.. In afwijking van het eerste tot en met het derde lid heeft de ambtenaar die niet voldoet aan de voorwaarde in het eerste lid onder c, maar wel aan de overige voorwaarden in het eerste lid, recht op een garantie-uitkering gedurende 6 maanden. Deze uitkering bedraagt 70% van het minimumuurloon vermenigvuldigd met het aantal verloren arbeidsuren. 5.. De ambtenaar aan wie een garantie-uitkering is toegekend, is verplicht zich in te schrijven bij het arbeidsbureau van zijn woonplaats en zich beschikbaar te stellen voor het aannemen van passende werkzaamheden. Daarnaast dient hij alle informatie te verstrekken die voor de uitvoering van deze regeling noodzakelijk is. Bij het niet nakomen van deze verplichtingen kunnen burgemeester en wethouders besluiten de garantie-uitkering (gedeeltelijk) te beëindigen. 6.. Indien de ambtenaar, aan wie een garantie-uitkering is toegekend, na zijn ontslag nieuwe werkzaamheden ter hand neemt, wordt de garantie-uitkering beëindigd met het aantal uren dat de nieuwe werkzaamheden omvat. 7.. Indien het recht op een garantie-uitkering op grond van het zesde lid geheel of gedeeltelijk is beëindigd, en vervolgens de werkzaamheden die tot dat eindigen hebben geleid, hebben opgehouden te bestaan, herleeft het recht op garantie-uitkering voor zover er geen nieuwe rechten op enige uitkering uit hoofd van deze werkzaamheden zijn ontstaan. 8.. Het recht op garantie-uitkering eindigt volledig: indien op basis van het arbeidsurenverlies, die tot het toekennen van een garantie-uitkering hebben geleid, alsnog enige andere uitkering wordt toegekend; met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgende op die waarin de ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt; met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgende op die waarin de ambtenaar gebruik maakt van de FPU-regeling; op de dag na het overlijden van de ambtenaar; met ingang van de dag waarop de ambtenaar recht krijgt op een WAO-uitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. 9.. De garantie-uitkering vervangt alle regelingen, vastgesteld voor 1 september 2001, die ten doel hebben een inkomstenderving als gevolg van het verlies van klokuren les of taakuren op te vangen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel