Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5.

Artikel 14.

Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Schouwen-Duiveland 2011

1.. Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende/gebruiker bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende niet bekend is maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. 2.. Algemene graven worden geruimd na afloop van de termijn. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij het college een aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving elders. Uitzonderingen zijn beschreven in artikel 10 lid 4 en 5. 3.. De rechthebbende op een particulier graf kan bij het college een aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien. 4.. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd. 5.. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden begraven of de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaatsen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel