Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I

Artikel 1:3

Melden van ongewenst gedrag

Onderdeel van Regeling Ongewenst Gedrag (2011)

De medewerker die met ongewenst gedrag wordt geconfronteerd kan een melding doen en om hulp vragen bij de eigen (of een hogere) leidinggevende; een melding doen en om hulp vragen bij een vertrouwenspersoon; een melding doen en om hulp vragen bij de centrale vertrouwenspersoon, indien: - de medewerker niet tevreden is met afhandeling van de melding door de decentrale vertrouwenspersoon of de leidinggevende; - er zich een bijzondere situatie voordoet - de medewerker overweegt een klacht in te dienen. Anonieme meldingen worden niet in behandeling genomen. Meldingen, die worden gedaan meer dan twee jaar nadat de gebeurtenis waarop de melding betrekking heeft plaatsvond, worden niet in behandeling genomen, tenzij blijkt dat de melding is ingediend zo spoedig als dit in redelijkheid mogelijk was. Een melding kan mondeling of schriftelijk zijn.

Rechtspraak bij dit artikel