Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2:1

Aanwijzing

Onderdeel van Regeling Ongewenst Gedrag (2011)

1.. De gemeentesecretaris wijst, na overleg met de ondernemingsraad, decentrale vertrouwenspersonen aan. 2.. Burgemeester en wethouders wijzen, na overleg met de ondernemingsraad, de centrale vertrouwenspersoon aan. 3.. Aanwijzing van decentrale vertrouwenspersonen geschiedt voor een termijn van drie jaar en voor de centrale vertrouwenspersoon voor vijf jaar (met de mogelijkheid tot eventuele verlenging). 4.. De centrale vertrouwenspersoon is inhoudelijk uitsluitend verantwoording verschuldigd aan burgemeester en wethouders, de gemeentesecretaris treedt op als direct leidinggevende. 5.. De gemeentesecretaris verschaft de vertrouwenspersonen alle middelen en faciliteiten, die voor een goede uitoefening van de functie en waarborging van de privacy nodig zijn. 6.. Periodiek, in principe tweemaal per jaar, vindt er voortgangsgesprek plaats tussen de gemeentesecretaris en de vertrouwenspersonen. 7.. Het afdelingshoofd, waaronder een vertrouwenspersoon functioneel ressorteert, draagt zorg voor de feitelijke invulling van de door de gemeentesecretaris ter beschikking gestelde middelen en faciliteiten.

Rechtspraak bij dit artikel