Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2:3

Taken en verantwoordelijkheden van de centrale vertrouwenspersoon

Onderdeel van Regeling Ongewenst Gedrag (2011)

De centrale vertrouwenspersoon heeft tot taak: Opvangen van de medewerker die bij hem melding maakt van ongewenst gedrag en het geven van advies en steun aan die medewerker. Informeren van de medewerker over de verschillende wegen die openstaan om de problemen, ontstaan door het ongewenst gedrag tot een oplossing te brengen. Behandelen en zo spoedig als mogelijk afdoen van een melding. Ingeval van een ingediende klacht deze namens het bevoegd gezag ter advisering doorsturen naar de (landelijke) klachtencommissie bij de VNG en tevens als informant fungeren. Bieden van ondersteuning bij het afdoen van een melding of klacht. Zo nodig doorverwijzen van de medewerker naar interne of externe deskundigen. Gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan afdelingshoofd(en) of andere personen binnen de organisatie en het geven van beleidsadviezen aan het college en anderen betreffende preventie en bestrijding van ongewenst gedrag. Bieden van nazorg aan de medewerker die een melding heeft gedaan of klacht heeft ingediend. Verzorgen van voorlichting en publiciteit binnen de gemeentelijke organisatie over het beleid met betrekking tot ongewenst gedrag en over de uitvoering van deze regeling. Fungeren als aanspreekpunt voor de de-centrale vertrouwenspersonen. Stimuleren en coördineren van het vertrouwenswerk.

Rechtspraak bij dit artikel