Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in
artikel 1, onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen.
Het is verboden zonder vergunning van het college:
een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
onder a, sub 1, af te breken, te verstoren, te
verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;
een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
onder a, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te laten
gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd
of in gevaar gebracht.
Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede
lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met
betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden
uitgevoerd.
Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met
een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het
tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en
voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke
belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het
geding zijn.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 10.
Instandhoudingbepaling
Onderdeel van ERFGOEDVERORDENING 2011 GEMEENTE NOORDWIJK