Een vrijstelling of ontheffing wordt in elk geval geweigerd in het geval dat:
1. Er sprake is van strijd met het geldende bestemmingsplan;
2. De mobiele kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf worden geplaatst of
geplaatst gehouden buiten de periode van 15 maart tot en met 31 oktober
van het kalenderjaar;
3. Het kampeerterrein is gelegen ïn de bebouwde kom of bebouwde kommen
waarvan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant de grenzen hebben vastgesteld
overeenkomstig artikel 27, lid 2 van de Wegenwet;
4. Het kampeerterrein is gelegen in een natuurgebied,
tenzij het bestemmingsplan zich daar niet tegen verzet;
5. Het kampeerterrein aansluit aan of behoort tot een kampeerterrein waarvoor een vergunning,
vrijstelling of ontheffing is verleend;
6. Het kampeerterrein is gelegen bij intensieve veehouderijen, tenzij de aanvraag betrekking heeft
op een dergelijk bedrijf;
7. De mobiele kampeermiddelen niet worden geplaatst of geplaatst worden gehouden op het
terrein dat aansluit bij een woning of de bebouwing van een agrarisch bedrijf;
8. Het kampeerterrein niet is voorzien van zodanige beplanting dat het een passend element vormt
in de omgeving;
9. Het verzoek om vrijstelling of ontheffing het maximaal aantal kampeermiddelen van 10 te boven
gaat, dan wel het aantal van 15 in daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen
perioden, zoals bijvoorbeeld tijdens de zomervakantie, de dagen rond Pasen, Hemelvaart,
Pinksteren en de Herfstvakantie.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
Weigering van vrijstelling of ontheffing
Onderdeel van Besluit op de openluchtrecreatie gemeente Geertruidenberg