Naar hoofdinhoud
1.. Gebruikelijke zorg is per definitie zorg waarop geen aanspraak bestaat. Het is de normale, dagelijkse zorg die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaaronderling te bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden. De leefeenheid is primair zelf verant- Bij het vaststellen van de omvang van de zorg wordt rekening gehouden met de redelijkerwijs van de huïsgenoten te verwachten zorg. Gebruikelijke zorg is alleen aan de orde als er een leefeenheid is die een gezamenlijk huishouden voert. Uitwonende kinderen vallen hier dus buiten. 2.. Wanneer een huisgenoot of partner geen gebruikelijke zorg kan leveren kan wel aanspraak bestaan op zorg. Er moet dan sprake zijn van het feit dat de huisgenoot of partner zodanige gezondheidsproblemen heeft dat deze de betreffende taken van gebruikelijke zorg niet kan uitvoeren. 3.. In geval een persoon door de gebruïkelijke zorg overbelast dreigt te geraken door de combinatie van werk en verzorging van de zieke partner/huisgenoot, kan een indicatie worden gesteld op de onderdelen die normaliter tot de gebruikelijke zorg worden gerekend. In de eerste instantie zal die indicatie van korte duur zijn om de leefeenheid de gelegenheid te geven de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen. Hetzelfde geldt als een partner/ouder ten gevolge van het plotseling overlijden van de andere ouder dreigt overbelast te raken door de combinatie van werk en verzorging van de inwonende kinderen. 4.. Iedere volwassen burger wordt verondersteld naast een volledige baan of opleiding een huishouden te kunnen voeren. Een baan of een opleiding staat het leveren van gebruikelijke zorg per definitie niet in de weg. 5.. Gebruikelijke zorg gaat voor op andere activiteiten van leden van de leefeenheid in het kader van hun maatschappelijke participatie. 6.. Indien de huisgenoot van een ondersteuningvrager vanwege zijn/ haar werk fysiek niet aanwezig is wordt hiermee rekening gehouden wanneer het om een aaneen-gesloten perioden van ten minste zeven etmalen gaat. De afwezigheid moet dan een verplichtend karakter hebben en inherent zijn aan werk. Wanneer iemand langer dan ten minste zeven etmalen achtereengesloten van huis is, is er in die periode feitelijk sprake van een éénpersoonshuishouden en kan er geen gebruikelijke zorg geleverd worden. Aanspraak op ondersteuning is dan aanwezig. 7.. Indien de ondersteuningsvrager een zeer korte levensverwachting heeft die ook bekend is, kan ter ontlasting van de huisgenoot/ partner afgeweken worden van de normeringgebruikelijke zorg. 8. Bij het inventariseren van de eigen mogelijkheden van het huishouden wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, de wijze van inkomensverwerving of persoonlijke opvattingen over het verrichten van huishoudelijke taken. Er is sprake van een samenleving waarin een ieder gelijke aanspraken op huishoudelijke zorg maakt. 9.. Kinderen tot 5 jaar geven geen bijdrage aan de huishouding. 10.. Kinderen tussen de 5 en 12 jaar worden naar hun eigenmogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden als opruimen, tafel dekken/ afruimen, afwassen/ afdrogen, boodschap doen, kleding in de wasmand gooien. 11.. Kinderen vanaf 13 jaar kunnen, naast bovengenoemde taken voor een kind van 5 tot12, hun eigen kamer op orde houden, d.w.z. rommel opruimen stofzuigen en bed verschonen. 12.. Een 18-23 jarige wordt verondersteld een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren, waarbij de volgende taken te onderscheiden zijn: schoonhouden van sanitaire ruimte, keuken en een kamer, de was doen, boodschappen doen, maaltijd verzorgen, afwassen en opruimen, te normeren naar 2 uur uitstelbare, zware huishoudelijke taken en 3 uur lichte, niet uitstelbare huishoudelijke taken per week. Daarnaast kunnen zij eventuele jonge gezinsleden verzorgen en begeleiden. 13.. Van een volwassen gezonde huisgenoot wordt verwacht dat deze de huishoudelijke taken overneemt wanneer de primaire verzorger uitvalt. Als in redelijkheid niet (meer) kan worden verondersteld dat een nieuwe taak als het huishouden nog is te trainen of aan te leren, zoals bij ouderen op hoge leeftijd (>75 jaar) kan, indien nodig, hulp voor de zwaar huishoudelijke taken worden geïndiceerd die anders tot de gebruikelijke zorg zouden worden gerekend.

Rechtspraak bij dit artikel