Naar hoofdinhoud
1.. Het college draagt zorg voor een tijdige samenstelling van de jaarstukken overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Hierin is aangegeven dat de jaarstukken tenminste bestaan uit het jaarverslag en de jaarrekening(BBV art. 24). 2.. Het jaarverslag bestaat tenminste uit de programmaverantwoording (BBV art. 25) en deparagrafen (BBV art. 26). 3.. De jaarrekening bevat de programma met toelichting (BBV art. 27 t/m 29) en de balans en toelichting daarop (BBV art. 30 t/m 58). De jaarrekening wordt inclusief accountantsverklaring en met het verslag van bevindingen uiterlijk vóór 15 juni (na afloop van het verslagjaar) aan de raad aangeboden. 4.. Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de programma's. In de verantwoording, waarin de opzet van de programmabegroting wordt gevolgd, geeft het college aan: a. wat is bereikt; b. welke activiteiten zijn verricht; c. wat zijn de kosten; d. hoe de resultaten zich verhouden tot in de begroting gestelde doelen. 5.. De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma's of de beleidsdoelen van de programma's voor het lopend jaar bijstelling behoeven. Daartoe dient in of bij de jaarstukken de volgende informatie te zijn opgenomen: a. referenties naar kaderstellende opdrachten, toezeggingen en moties; b. terugkoppeling op afgesproken budgetten, prestatie-indicatoren, kredieten, gegevens over de geleverde goederen en diensten, de maatschappelijke effecten en lasten uit de reserves en voorzieningen; c. oorzaak, consequenties en maatregelen van afwijkingen; d. een doorkijk van de structurele zaken naar de toekomst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel