Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.6

Randvoorwaarden

Onderdeel van Huisvestingsverordening Gooi- en Vechtstreek 2011

1. Een urgentie wordt alleen toegekend indien sprake is van een noodsituatie die het noodzakelijk maakt dat direct dan wel op zeer korte termijn -uiterlijk binnen drie maanden- een (andere) woning beschikbaar komt, ter voorkoming van ernstige schade voor het welzijn van aanvrager, die het rechtstreeks gevolg is van de woonsituatie. 2. De individuele situatie van de aanvrager en/of een lid van zijn/haar huishouden is uitgangspunt voor de beoor¬deling van de urgentieaanvraag. 3. De eigen verantwoordelijkheid van de woningzoekende voor het ontstaan en het oplossen van de eigen woonsituatie staat voorop. De aanvrager dient aan te tonen dat hij/zij geprobeerd heeft het probleem zelf op te lossen en op welke wijze(n) hij/zij dat gedaan heeft. 4. De woningzoekende die geen ingezetene is van de regio in de zin van deze verordening, maar wel een binding aan de regio heeft of van binding is vrijgesteld, dient voorts aan te tonen dat het woonprobleem uitsluitend in deze regio opgelost kan worden.

Rechtspraak bij dit artikel