Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 1 › PARAGRAAF 6

Artikel 2.1.6.1

Veroorzaken van gladheid

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Hoorn (APV) 5e wijz

1.. Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg te werpen, uit te storten of te laten lopen. 2.. Bij sneeuwval of gladheid is de rechthebbende op een aan de weg gelegen gebouw, erf of terrein verplicht: de sneeuw en het ijs weg te ruimen van het voetpad, gelegen langs het gebouw, erf of terrein, alsmede op dat voetpad voldoende maatregelen tegen gladheid te nemen; indien er meer rechthebbenden op een erf of terrein zijn, rust de verplichting, bedoeld in sub a, op ieder van hen; indien er meer rechthebbenden op een gebouw zijn, rust de verplichting bedoeld in sub a, op de rechthebbende op het gelijkvloerse gelegen gedeelte van het gebouw. 3.. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427, aanhef en onder 4e van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel