**1..** Het is verboden in de open lucht een geluidsapparaat, een (recreatie)toestel of een (bouw)machine in werking te hebben op zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt.
**2..** Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing verlenen.
**3..** Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar het verbod, vervat in het eerste lid, niet van toepassing is op het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangewezen categorieën van geluidsapparaten, (recreatie)toestellen of (bouw)machines, voor zover wordt voldaan aan de door het college vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van (geluid)hinder.
**4..** De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer betreffen:
het maximale geluidsniveau;
het aanbrengen van geluidsbegrenzers;
de situering van de geluidsbronnen;
de frequentie en tijden van gebruik.
**5..** Het in het eerste lid bepaalde geldt niet, voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Wet geluidhinder, de Wegenverkeerswet 1994, de Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, het Reglement verkeerstekens en verkeersregels 1994.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 1
Artikel 4.1.6a
(Geluid)hinder in de open lucht
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Hoorn (APV) 5e wijz