Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 5

Artikel 4.5.10.

Bestrijding iepenziekte

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Hoorn (APV) 5e wijz

1.. Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van de iepenziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn: indien de iepen in de grond staan, deze te vellen; de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen; dan wel de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen, dat verspreiding van de iepenziekte wordt voorkomen. 2.. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 cm, voorhanden te hebben of in voorraad te hebben of te vervoeren. Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod. 3.. De ontheffing moet schriftelijk worden aangevraagd bij het college door of namens degene, die bevoegd is over de houtopstand te beschikken.

Rechtspraak bij dit artikel