**1..** Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders een inrichting in gebruik te hebben of te houden, waarin:
meer dan vijftig personen tegelijk aanwezig zullen zijn;
bedrijfsmatig de in artikel 2 2 2 bedoelde stoffen zullen worden opgeslagen;
aan meer dan vier personen bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft;
aan personen in het kader van de Wet op de bejaardenoorden huisvesting zal worden verschaft;.
aan meer dan tien personen jonger dan twaalf jaar, of aan meer dan vijf lichamelijk en/of geestelijk gehandicapte personen dagverblijf zal worden verschaft.
aan meer dan vier personen woonverblijf zal worden verschaft, anders dan in huishouding per woning (bijvoorbeeld kamerverhuurbedrijven);
een brandbeveiligingsinstallatie zoals gesteld in het boek “brandbeveiligingsinstallaties” (uitgave Nederlandse vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding) is aangebracht;
een oplossing op basis van “gelijkwaardigheid” (artikel 21, 193. Bouwbesluit 1992; art. 1.5 BB 2002) met betrekking tot veiligheid gekozen is;
brandcompartimenten zijn opgenomen waarvan de afmetingen zijn bepaald met toepassing van het Brandveiligheidsconcept: “Beheersbaarheid van brand”.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning voorschriften verbinden in het belang van het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand.
**3..** Indien het belang waarvoor de vergunning is verleend dit vereist op grond van een verandering van de inzichten en/of verandering van de omstandigheden gelegen buiten de inrichting, opgetreden na het verlenen van de vergunning, kunnen burgemeester en wethouders aan de vergunning nieuwe voorschriften verbinden en gestelde voorschriften wijzigen of intrekken.
**4..** Indien voor het object een bereikbaarheidskaart, aanvalsplan, etc. noodzakelijk is, dient de gebruiker c.q. beheerder alle gegevens te verschaffen die noodzakelijk zijn voor het maken van een aanvalsplan op verzoek van de brandweercommandant;
**5..** Het communicatiesysteem van de hulpdiensten (C2000) dient in het gehele gebouw goed te functioneren. Indien het functioneren wordt verstoord, bijvoorbeeld door de constructieve eigenschappen, aanwezige elektronische apparatuur of anderszins, voorziet de gebruiker in een (technische) voorziening die het optimaal functioneren van de communicatieapparatuur in het gebouw waarborgt.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 1
Artikel 2.1.1
Vergunning gebruik inrichting
Onderdeel van Brandbeveiligingsverordening 2005