Geheimhouding kan worden opgelegd omtrent hetgeen in een besloten vergadering wordt besproken en de inhoud van aan de commissie overlegde stukken op grond van een belang genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur.
Geheimhouding kan worden opgelegd door de voorzitter van de raadscommissie, de agendacommissie, het presidium, het college en de burgemeester ieder ten aanzien van de stukken die zij aan de commissie overleggen.
Geheimhouding kan worden opgelegd door de commissie of raad ten aanzien van alle stukken die aan de raadscommissie worden overlegd en hetgeen in een besloten vergadering wordt besproken.
Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden, voorzover die geheimhouding is opgelegd door de commissie.
Hoofdstuk
Artikel 30
Geheimhouding
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2011 gemeente Pijnacker-Nootdorp