Ter vergadering nemen maximaal drie leden of plaatsvervangende leden per fractie deel aan de beraadslaging over een onderwerp op de agenda. Dit naar evenredigheid van het aantal zetels in de raad. Een fractie moet minimaal tien raadszetels bezetten om met drie leden deel te nemen aan de beraadslagingen. Een fractie die minder dan tien raadszetels bezet, neemt met maximaal twee leden deel aan de vergadering.
Indien door verhindering of ontstentenis een lid van de raadscommissie, als bedoeld in het eerste lid, niet aan een commissievergadering kan deelnemen, dan kan de fractie, met inachtneming van artikel 4, vijfde lid, zelf een plaatsvervangend lid afvaardigen.
Leden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. Alle overige leden van een fractie kunnen optreden als plaatsvervangend lid. Waar in deze verordening wordt gesproken over leden, wordt tevens bedoeld plaatsvervangende leden, tenzij anders vermeld.
Een lid kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie. Een lid dient tijdens de laatste verkiezingen van de raad geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van de betreffende fractie.
Fracties die kleiner zijn dan drie leden kunnen maximaal drie niet-raadsleden aanwijzen. Fracties van drie of meer leden kunnen maximaal één niet-raadslid aanwijzen. Per fractie is niet meer dan één niet-raadslid lid van een raadscommissie. Tenminste één raadslid per fractie is lid van één der raadscommissies.
Niet-raadsleden die in een commissie worden benoemd, dienen een schriftelijke verklaring af te leggen die dezelfde strekking heeft als de eed of belofte die door raadsleden op grond van artikel 14 van de Gemeentewet wordt afgelegd.
Hoofdstuk
Artikel 4
Samenstelling
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2011 gemeente Pijnacker-Nootdorp