Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 10.

Artikel 10.

Onderdeel van Drank-en horecaverordening (1e wijz)

Gedurende de tijd dat gelegenheid wordt gegeven tot dansen moeten de volgende voorschriften in acht worden genomen: het vertrek of de open aanhorigheid waar het dansen geschiedt, moet voldoende verlicht zijn; in dat vertrek of die open aanhorigheid mogen niet aanwezig zijn schotten, schermen, gordij-nen of andere afscheidingen, hoger dan 1,25 m van de vloer, die van dat vertrek of die open aanhorigheid een deel afzonderen; in dat vertrek of die open aanhorigheid mogen niet meer bezoekers aanwezig zijn dan het aantal behoorlijke zitplaatsen bedraagt; het dansen mag uitsluitend op de dansvloer plaats vinden; personen die kennelijk onder de invloed van alcoholhoudende drank verkeren, die door hun gedrag aanstoot geven of die op enige wijze in strijd met de welvoeglijkheid handelen, en personen van verdachte zeden of die zich als zodanig voordoen, moeten uit de inrichting worden verwijderd; voor de bezoekers moeten alcoholvrije dranken verkrijgbaar zijn; wanneer in het vertrek of de open aanhorigheid waar het dansen geschiedt, een buffet aanwezig is, mag zich geen publiek ophouden aan de bar wanneer het zich daarbij tevens binnen 2 m van de dansvloer bevindt. de toiletten en de wasgelegenheden moeten in zindelijke staat verkeren.

Rechtspraak bij dit artikel