Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:a. vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;b. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s toercaravans en soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;c. niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden;d. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan;e. seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen dan wel gedeelte daarvan, welk tenminste een aaneengesloten periode van een maand betreft, plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen;f. seizoen: het tijdvak van 1 januari tot en met 31 december.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van landtoeristenbelasting 2011