Zo dikwijls de handhaving van deze verordening zulks vereist, wordt
hierbij hen, die met de handhaving van deze verordening zijn belast of
daaraan moeten meewerken, de last verstrekt de inrichting te allen tijde
te betreden of binnen te treden, voorzover zulks woningen betreft, met
inachtneming van het bepaalde bij de Wet van 31 augustus 1853, Stb. 83,
zoals nadien gewijzigd, alsmede het bepaalde in artikel 128, zesde lid,
van de (nieuwe) Gemeentewet.