Aan een ondernemer van een inrichting welke ten tijde van het inwerking
treden van deze verordening, in het bezit is van een ontheffing als
bedoeld in artikel 2, lid 1 van de Verordening inzake het verstrekken
van alcoholhoudende drank in de binnenstad, dan wel een vergunning als
bedoeld in de Overlastverordening Hoorn, wordt geacht een vergunning
krachtens deze verordening (Overlastverordening Hoorn 1994) te zijn
verleend, zulks met inachtneming van gelijkluidende voorwaarden, welke
daaraan zijn verbonden.