Aan de onder artikel 2 genoemde personen mandaat te verlenen om de heffingsambtenaar te vertegenwoordigen in beroepszaken bij de belastingkamer van de Rechtbank en het Gerechtshof. Hieronder valt in ieder geval: vertegenwoordiging ter zitting, opstellen van verweerschriften en pleitnotities, het voeren van mondeling en schriftelijk verweer en het verrichten van overige proceshandelingen, in de meest ruime zin.