Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Verordening speelautomatenhallen 1998

De burgemeester kan de vergunning intrekken: indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder e; indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen; indien de exploitatie van de speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel