Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 1: › Paragraaf 4:

Artikel 2.1.4.1.

Gebruik van de weg

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening

1.. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan voor zover: het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3.. Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet voor: evenementen als bedoeld in artikel 1 van de Festiviteiten- en evenementenverordening; standplaatsen als bedoeld in artikel 5.2.3.1. 4.. Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of een provinciale regeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel