**1..** Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
laten verblijven of te laten lopen:
binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
aangelijnd is;
zonder toezicht elders dan op zijn erf;
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
zodanig ingerichte kinderspeelplaats, sportveld, zandbak
of speelweide dan wel op een andere door burgemeester en
wethouders aangewezen plaats;
op een begraafplaats;
op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of
een ander identificatiekenmerk dat de eigenaar of houder
duidelijk doet kennen.
**2..** Het in het eerste lid onder c. en d. gestelde verbod geldt niet
voor personen die in verband met hun auditieve, visuele of
lichamelijke handicap gebruik maken van een daarvoor opgeleide
geleidehond alsmede voor ambtenaren van politie en medewerkers
van bewakingsdiensten die voor de uitoefening van hun taak
gebruik maken van een surveillancehond, speurhond of
“beveiligingsdiensthond”.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 3:
Artikel 2.3.14.
Loslopende honden, verboden plaatsen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening