Het is verboden zich zonder redelijk doel of op een voor anderen
hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
toegankelijke ruimte dan wel deze te verontreinigen dan wel te
bezigen voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is
bestemd.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 3:
Artikel 2.3.7.
Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening